INSTITUTO
CERVANTES BENELUX ENGLAND AND
WALES
Opleiding en Training, Werving
en Selectie, Management, Business Consultancy, Reizen, Vertaalservice, Tolkenservice, Public Relations, Communicatie, Publishing, Spaans in Spanje, Amerika, Ondernemerschap, Luchtvaart, Automatisering, Internet, Productions, Verzekeringen, Hotels, Bankbedrijf, Voetbal, Prinses Diana Stadion, Televisie, Onroerend goed
22 januari 2001. Betreft: JOOST
Kenmerk: JH/HdK20010122.
Nijmegen, maandag
22 januari 2001
Amice,
Vorige week kregen
wij een uitnodiging van de Chr. Toneelvereniging Ernst &
Luim uit Nijmegen.
De uitnodiging luidt Toneelverenigng
Ernst & Luim presenteert "Joost
mag het eindelijk weten". Blijspel
in drie bedrijven door Hans van Wijngaarden. Voorstellingen op:
Dinsdag 23 januari Woensdag 24 januari Donderdag 25 januari Vrijdag
26 januari in Boermans Zalencentrum Akkerlaan 46. Aanvang: 20.00
uur Zaal open: 19.00 uur Januari 2001.
Geachte donateurs,
Het bestuur en de leden van Ernst & Luim heten u van harte
welkom bij de eerste uitvoering in dit jaar 2001.
Met ingang van deze voorstelling heten wij u van harte welkom
in onze nieuwe behuizing, Boermans Zalencentrum, Akkerlaan 46
in Niimegen. Om onze verhuizing een feestelijk tintje te geven
hebben wij gekozen voor een blijspel. Dit keer het blijspel in
drie bedrijven: ' "Joost
mag het eindelijk weten" geschreven
door
Hans van Wijngaarden.
Korte inhoud van het stuk:
Hotel "Het Veerhuis" heeft typische gasten. Zo ziin
er relaties die verbroken zijn, relaties die opbloeien en relaties
die helemaal geen relaties zijn. Kortom: nogal verwarrend! Ja
toch? Een van de gasten is Opoe Verheul en, naast het breien van
sokken, breit zij ook de eindjes aan elkaar zodat uiteindelijk
alles goed komt.
Rolverdeling:
Loes de Waal: Rinie Ponten- de
Bruijn
Mira, haar dochter: Natasia van de Krogt
Willem, huisknecht: Wil van Haaren
Claudette, Franse au pair: Emily van Eck
Gasten:
Ronnie Biervliet: Marloes Bosveld
Bas de Geus: Marcel van den Broek
Joost van de Ham: Peter Gubbels
Annemiek Vrede: Marjo Casteleijn
Oma Verheul: Ottina van den Berg
Kees Hordijk: Cor Voorsluys
Ellen: Ada de Groot
Regie: Frits Weerden
Souffleren, grime en decor: eigen leden
Plaatsbespreken
Zaterdag 20
januari 2001 van 11.00 - 12.30 uur in Boermans Zalencentrum,
Akkerlaan 46 in Nijmegen. Alleen op dat tijdstip is het ook mogelijk
telefonisch te reserveren. Buiten deze tijd kunt u alleen telefonisch
reserveren via ons secretariaat. Tijdens de speelavonden eveneens
na 19.00 uu. Voor 19.00 uur zijn de mensen van Ernst
& Luim niet aanwezig en het beheer kan geen reserveringen
aannemen. Het zalencentrum gaat
open om 10.30 uur voor het halen van een volgnummer. Plaatsbespreken
is verplicht en kost f 0,50 per plaats. NB. Alleen slechtzienden
en hardhorenden kunnen aanspraak maken op max. 2 plaatsen op de
voorste rijen. U wordt dringend verzocht uiterlijk om 19.50 uur
aanwezig te zijn. Vanaf dat tijdstip kunnen de besproken plaatsen
worden vrijgegeven. Onze sponsors zijn Wennekers Wonen/Slapen,
Ambachtsweg 3/12 in Groesbeek, Wennekers Tapijt/Gordijnen en Parket.
Groenestraat 2a in Nijmegen, C.J. v.d. Berg, Verhuizingen Vlotkampweg
in Nijmegen, Tuinbedrijf van Loosbroek. Heiweg in Nijmegen. Ik heb voor vrijdagavond aanstaande
twee kaartjes gereserveerd. Mocht
je iemand weten die mij wil vergezellen naar de vereniging die
mede door mijn vader Floris
van der Heyden is
opgericht, dan verneem ik dat graag van jou.
De titel van het stuk brengt mij in gedachten uiteraard naar ons
aller Judocus. Ik heb van hem de volgende informatie
in mijn computersysteem opgenomen.
Bij decreet van
Keizer
Napoleon I van 27
januari 1813 verheven tot Baron de l'Empire.
Volledige naam Judocus
Henricus Antonius Adrianus Josephus Joannes van der Heyden van
Baak. Staatsraad in buitengewone dienst. Over Joost had
ik een gesprek op zondag 10 december 1995 in Kasteel
Middachten met Ernest
Helmich uit Baak.
Volgens Ernest is Joost op het toppunt van zijn macht een schatrijk
iemand geweest. "Hij bezat de halve Achterhoek", aldus
Ernest. Koekkoek
schrijft over hem: "Johan
Everard Canisius kreeg als opvolger zijn oudste zoon Joost
Hendrik Anton Adrian Joseph Johan geboren 25 februari 1765 te
Doetinchem (Meestal wordt hij aangeduid met de eerste drie voornamen).
Behalve heer van Baak was hij ook heer van Meijerink, Luynhorst,
Leemkuyl en Doornenburg. Hij trouwde 26 mei 1789 te Weeze
(Dld) met Richmund
Louise Dorothea van Daell tot Eyll. Zoals in het geslacht
van de "Van Baeks" Willem (de Oude) een hoogtepunt vormde,
zo bereikte het geslacht Van
der Heijden van Baeck onbetwistbaar een top in Joost
Hendrik Anton, zowel wat invloed en aanzien als wat rijkdom
betreft. Hij werd Staatsraad in buitengewone dienst van Zijne
Majesteit de koning, hij kreeg in 1822 officieel de titel
van baron toegekend, werd opgenomen in de Ridderschap van Gelderland
en kreeg de onderscheiding van Ridder
in de Orde van Oranje Nassau. En wat zijn rijkdom betreft:
In 1843 bezat J.H.A.
van der Heijden in de gemeente Steenderen
635 ha en in de gemeente Hengelo
ruim 689 ha. Hij had bovendien nog bezittingen in verschillende
andere gemeenten. Tot de Hengelose bezittingen hoorden onder andere
de havezathen Meijerink en Leemkuyl. Genoemd echtpaar kreeg 14
kinderen waaronder een doodgeboren kind terwijl 5 kinderen nog
geen jaar oud werden. Een kind stierf op 13-jarige leeftijd. Van
de zoons trouwde alleen de oudste Clemens
Frederik Wilhelm. Hij trouwde met Aleida
Katharina Francisca Hövell. Bij zijn huwelijk in 1811
kreeg hij van zijn vader kasteel
Doornenburg met bijbehorende goederen,
groot samen ruim 80 ha. Bovendien
kocht zijn vader voor hem het Suideras.
Hij werd zo heer van Suideras
en Doornenburg en ging wonen op het Suideras.
Judocus
van der Heyden van Baak
steeg snel in aanzien. In 1813 werd
hij Baron de l'Empire. Kort daarop werd hij bij souverein besluit
van 14 januari 1815 nr. 18 opgenomen in de Ridderschap van Gelderland
en bij Koninklijk Besluit van 6 september 1822 nr. 114 werd hem
de titel van Baron verleend, overgaande bij eerstgeboorte. Hij
was heer van Baak, Luinhorst, Leemkuil, Doornenburg en Oud-Kell
en was staatsraad in buitengewone dienst. Judocus had uit zijn
huwelijk met Richmunda
Louise Dorothea von Daell tot Eyll veertien kinderen, van
wie er verschillende heel jong overleden. Het derde kind van J.H.A.
van der Heijden, Carolina
Anna Maria Josepha trouwde 27 october 1819 met Franz
Otto Henricus Maria Nicolaus von Wintgen zu Ermelinghof (in
het Munsterland). Zij kregen een dochter Mathilde Richmund Frederica Anna Maria die trouwde met Josephus
Ignatz Anton Clemens Marie Johannes Nepomucenus van Twickel. Het vijfde kind, de dochter Judith
Richmond Louise trouwde 28 november 1829 met Ernestus
Georgius van Middachten van Vrieswijk. Zij hadden twee dochters
Richmond Augusta Judoca
Henriette die trouwde met Antonius Franciscus Vos de Wael, en Engelbartha
Maria Bernardina Aloysia Augusta die
in 1856 trouwde met Gerhardus
Antonius Helmich. Het zesde kind, Louise
Juliana Francisca Antoinette, trouwde 19 juli 1831 met Clemens
Augustus Anthonius Ignatius Gerardus baron van Dorth tot Medler.
Joost Hendrik Anton stierf 19 september 1854, oud 89 jaar. Op 19 september
1850 had hij aan de op een na oudste zoon,
August Alexander Willem, een niet geringe hoeveelheid goederen
verkocht, in hoofdzaak de volgende: Huize Baak, het Groene Hert,
Tammink, vier huizen op de kleine Veers, Hissink en klein Hissink,
de molen, het molenaarshuis, Boelengoed, de Drie Veldhoentjes,
alles met bijbehorende landerijen op de Veers en in de Kloot.
Op 20 december 1850 had hij zijn testament gemaakt. Daarbij werden
goederen toebedeeld aan de zeven toen nog levende kinderen en
aan de drie kinderen van de oudste zoon, Clemens
Fr. W. van der Heijden van het Suideras.
Het zou te veel plaats vragen
om dat allemaal tot in details te vermelden. Enkele opmerkingen
daarover: Zoon Aug.
Alex. W. kreeg een grote hoeveelheid toegewezen, onder andere
verschillende percelen bos in en bij het Baakse Broek, landerijen
in het Bakerveld, de Heerenweerd en aandelen in verschillende
andere gronden in de Bakerweerd, aandeel in Brandsenborg, Harenberg,
Hof te Baak en nog andere huizen, de weilanden langs de Bakerwaardse
Laak vanaf het Slavonder tot aan de Baakse Brug, de Zwijnsberg
en de Liesjesmaatjes. Zoon
Lodewijk Willem Johannes Josephus kreeg het Kervel met de
Horstink, aandeel in erve Bruil, en nog de Waltermaat. Zoon Adolph
Clemens Karel kreeg havezathe de Leemcuil (Hengelo), met toebehoren,
aandeel in enkele andere goederen onder Hengelo, en nog aandeel
in het IJlsland. Zoon Ernestus
Willem Canisius kreeg de Vree (onder Steenderen), Donderwinkel,
Klein Vrendenberg en aandeel in Groot Vrendenberg, Spittaal, Jan
Heitinksplaats (de Bult) en Tjoonkplaats (Klein Wantink) en verder
nog verschillende bouw- en weilanden onder Baak, de Schiphorster
en Veerster Tiende. Dan nog een eendenkooi plus huis onder Beltrum,
en enkele bouw- en weilanden in de Bakerweerd. Aan dochter Carolina
Anna Maria werden verschillende goederen vermaakt onder Hengelo
en Zelhem en enkele landerijen in de Bakerweerd. Dochter Judith
Richmondis Louise ontving bouwplaats het W--kelt, gronden
op Bekelt en in Spalterbroek, aandeel in Helmichstede, de Spikmeen,
aandeel in het Smalle Water, en verder nog goederen onder Doetinchem,
Wijnbergen, Zeddam, Netterden en s'-Heerenberg. Dochter Louise
Juliana Francisca Antoinetta kreeg "de Hofstede"
(Bakerw.) en de havezathe de Luynhorst onder Didam. De drie kinderen
van Clemens
Frederik Willem ontvingen hun achtste deel van de boedel in
geld." Gezien het feit dat Judocus ofwel Joost
gerekend kan worden tot de meest invloedrijke Van der Heijdens van Baak heb ik hieronder de beschrijving overgenomen van
Pater Koekkoek waarin hij het leenstelsel uiteenzet.
"Huize Baak
en het leenstelsel.
Het leenstelsel hield in dat de leenman van de leenheer het gebruik
kreeg van bepaalde goederen (kastelen, landerijen, rechten, ambten).
Oorspronkelijk kwam het leengoed bij de dood van de leenman weer
aan de leenheer. Later werden de lenen erfelijk. Bij de belening
moest de leenman de leenhulde brengen aan de leenheer en de leeneed
afleggen. Hierin beloofde hij zijn heer met raad en daad ter zijde
te staan. De leenhulde kon hierin bestaan dat de leenman voor
de leenheer neerknielde en zijn hand in de hand van de leenheer
legde of die hand kuste. In het leenboek van Huize Baak staat
een formule voor de leeneed van de leenmannen:
"Eedt der Lheenluyden. Ick
N geloeve (=beloof) und sweere tho God mynen Lheenheren trouw
und holt (=houw en trouw) tho syn; syns besten tho verdedigen,
archstes tho warnen (=kwaad af te weren) und nhae mynen vermoegen
tho kieren; dat ick oock unnd mynen aervhen dat lheen soe duck
des noet geboert (=zo vaak dat nodig is) ontfangen, bedienen,
vermaenen, und sunst daernae doen zullen wess (=wat) getrouwe
lheenluiden oeren (=hun) heren schuldich synn tho doen, unnd dat
ick hieraff geseekert und beloefft heb sal ick stets unnd onverbroecken
holden, wie (=zoals) een from mann van ehren geboert (=betaamt);
als my Godt helpe."
Bij de belening was de leenman
aan zijn leenheer het zogenaamde "heergewaad" verschuldigd.
Oorspronkelijk was dat een deel van diens krijgsuitrusting; naderhand
werd hiervoor een geldbedrag vastgesteld. Bovendien moest de leenman
ook nog iets betalen aan de schrijver en aan de leenmannen die
bij de belening aanwezig waren als getuigen en raadslieden. Een
leenman mocht het leengoed niet verkopen of met een hypotheek
bezwaren zonder verlof van de leenheer. Dit verlof werd overigens
gemakkelijk gegeven. En verder kon hij met het leengoed vrijwel
doen alsof hij eigenaar was. Hij werd dan ook vaak de eigenaar
genoemd van het leengoed. Als er een nieuwe leenheer kwam, of
als een erfgenaam van de leenman het leengoed erfde, moest de
leeneed vernieuwd worden. De verplichting van de leenheer bestond
hierin dat hij de leenman moest beschermen. Het leenstelsel dateert
al uit de tijd van de Frankische koningen die delen van hun rijk
in leen gaven aan een leenman. Deze leenman moest dan tevens dat
deel van het rijk besturen. Op den duur gingen leenmannen delen
van hun leengoed ook weer in leen geven aan een leenman, enzovoorts.
De heer van Baak was een leenman van de graaf van Gelre. In de
oudste belening waarvan nog een aantekening over is (uit 1326),
wordt het leengoed omschreven als "t Goet to Bake ende den
tienden aldaer ende eene halve hoeve in Ellinchem." Eigenlijk
waren dat drie leengoederen. Van die halve hoeve in Ellinchem
(Ellecom?) horen we verder niets meer. Die tienden worden naderhand
genoemd "die thienden tot vierhusen als Garkinck, Wermeldinck,
Mengerinck ende Smedinck." Bij de belening van 21 october
1457 staat: "die hofstede tot Baeck mytt den gueden luden
ende voirt allen synen toebehoren". Met die "luden"
worden wel horigen bedoeld. Dat waren dan mogelijk mensen die
woonden op de boerderijen die bij Huize Baak behoorden. Die boerderijen
met bijbehorend land waren dan de "goeden". Onder "allen
synen toebehoren" rekende men waarschijnlijk ook enkele rechten
als jachtrecht, het recht op een windmolen en het recht van leenkamer,
als dat laatste tenminste een speciaal recht was. Welke nu de
boerderijen en landerijen waren die tot het leengoed 'het guet
to Bake" behoorden staat nergens aangegeven. Er is een lijst
van 29 juli 1766 die een overzicht geeft van de bezittingen horend
onder Huize Baak met een taxatie van de waarde. Bij verschillende
van die goederen staat bij dat het allodiale goederen zijn d.w.z.
eigen goederen, dus geen leengoederen of feodale goederen. Bij
een aantal staat niets bij. Moeten we daaruit concluderen dat
dit leengoederen zijn horend bij Huize Baak? Het zou kunnen, maar
ik betwijfel het sterk. Ik vermeld toch de lijst om een indruk
te geven van wat de heer van Baak bezat onder Baak:
Het Huis te Baak cum annexis
(=met toebehoren) f 6000
De Baakse Meulen: het Molenaars Huis met whey en gront en schuer
daar die Rosmuill in gestaan heeft met de windmolen f 6000
Beckers Goed allodiaal, met 12,5 morgen wei en ruim 6,5 morgen
bouwland en met de hof en nog houtgewas f 11190
Erve Breukinck, allodiaal!, met ongeveer 9,5 morgen bouwland en
7 morgen weiland f 8055
Houtgewas onder Breukink f 3852
De Kerk Reyse, akkermaalshout + bomen f 3632
De Engelenborch (Donderwinkel) allodiaal met bouw- en weiland
en houtgewas f 6702
Quaterwiijk (in de Toldijk) met toebehoren f 5350
Wei Veermans weerdt te Bronkhorst, allodiaal f 3700
Wei, het Griet of Landschaps groot Griet, allodiaal f 3150
De Diepe Rijdt (Bakerweerd) allodiaal f 1525
Een aantal wei- en bouwlanden in de Bakerweerd die leengoed zijn
van Putten f 10358
Pieskes slagh, weide met bomen, allodiaal f 2050
Juffer Swaefkes weiland, allodiaal f 2200
De Lange Hofsteede of Boelengoed, leenroerig (d.w.z. leengoed
van) aan Bergh f 5440
De Bubbink met toebehoren (wsch. allodiaal) f 1130
Het landje met de bult (wsch. allodiaal) f 400
Erve Woekholt, met toebehoren, allodiaal f 5070
Het goed Wormeldinck (Toldijk) (allodiaal?) f 1853
Tot het leengoed "het goet
te Baecck" blijkt alleen te horen Huize Baak met onmiddellijke
omgeving en de molen met toebehoren. Vreemd genoeg staat hier
Breukink vermeld als allodiaal, terwijl het in de leenregisters
aangegeven staat als een leen van de graven van Gelre. Het bezit
van de Heren van Baak is in 1766 niet onaanzienlijk, maar toch
ook niet indrukwekkend. Tegen het midden van de 19e eeuw zal dit
bezit zijn hoogtepunt krijgen. Baron
J.H.A. van der Heijden bezit dan in de gemeente Steenderen
een 635 ha met een aantal boerderijen en boerderijtjes, in de
gemeente Hengelo ook een 689 ha met eveneens een aantal boerderijen
en verder in verschillende andere gemeenten nog een aanzienlijk
aantal goederen.
Hiervoor werd al even aangestipt
dat Huize Baak een leenkamer bezat. Dat betekent dat de heren
van Baak zelf ook leenheren waren die een aantal goederen in leen
uitgaven. Dat werd van een bepaalde tijd af genoteerd in een "Leenboeck
des Huises Baeck und des Huises Hackvoordtt". Op het moment
dat dit leenboek werd aangelegd waren Baak en Hackvoort in één
hand. Waarschijnlijk heeft Jacoba van Hackvoort, weduwe van Goossen
van Raesfeldt, dochter van Berend van Hackvoort, dit boek laten
aanleggen, en wel omstreeks 1571. Bij die lenen waren dus ook
lenen van Hackvoort. De leengoederen van Baak en Hackfort waren
de volgende:
1. Tienden in Almen en Warnsveld.
2. De Dortmunsche Tienden of Tienden to Suyren (in Voorst).
3. Het Onlandt of Capellenbos (in de Toldijk).
4. Wullinck Slag of Walremaete (in de Bakerweerd).
5. Peissen Slach of Peiskes Slach (in de Bakerweerd).
6. Landt en Tienden op den Zutphensen Enck.
7. Vlamminck of Flamminck (in de Toldijk).
8. De Kleine Lankhorst of Vosje of Oude Vos (Wichmond).
10. IJckinck of Ickinck (Hengelo).
11. Uylen Bongaert (in Baak).
Bij latere beleningen, als Baak
en Hackvoort niet meer in één hand zijn, blijken
de goederen 1, 4 en 5 geen lenen van Baak te zijn. Dat waren dus
lenen van Hackvoort. In genoemd leenboek wordt ook vermeld wat
de kosten zijn van een belening van zo'n Baaks of Hackvoorts leen:
"Een beleeninge costet wegen
t hergewaet zeven golt gulden, den goltgulden ad 28 stuyvers brabantz.
Item ses quarten wyns als voir twee mannen van leene und den schryver.
Item den schryver vanden brieff tho maecken eenen schilt, off
anderhalven goltgulden ad 28 st den goltgulden".
In de Franse tijd werd het leenstelsel
afgeschaft bij art. 25 van de Burgerlijke en Staatkundige Grondregels
van de Staatregeling van 1798. De Staatregelingen van 1801 art.
16 en 1805 art. 9 verklaarden dat het leenrecht was afgeschaft
en dat alle leengoederen eigen goederen werden van de leenmannen".
Van die schadeloosstelling is bij mijn weten niets terecht gekomen.
Het tiendrecht
We zagen boven dat de heren van Baak ook beleend werden met de
tienden van vier huizen. Later werden die tienden ook wel de Vierhuistienden
genoemd. En misschien zijn die dezelfde als de Veerstienden. Dat
de heren van Baak beleend werden met tienden betekende dat zij
het tiende deel ontvingen van de opbrengst van de korenvelden
en mogelijk ook van andere gewassen. Het tiendrecht is al van
zeer oude oorsprong. Oorspronkelijk was het een recht dat samenhing
met de godsdienst. Al in de oudste bijbelboeken wordt erover gesproken.
In het boek Leviticus bijvoorbeeld zegt Mozes tot de Isarëlieten:
"Het tiende gedeelte van alles wat je land aan koren en vruchten
oplevert, komt toe aan de Heer". En ook nog: "Bij de
telling van je runderen, schapen of geiten moet steeds het tiende
dier apart gezet worden; het komt toe aan de Heer". Ook bij
het Christendom vond het zijn plaats. In de wetten die Karel de
Grote opstelde voor de Saksen lezen we: "Eveneens bevelen
wij volgens Gods bevel, dat allen het tiende deel van hun goed
en hun arbeid moeten geven aan hun kerken en priesters".
Veel kloosters en kerken kregen zo tiendrechten. Later kwamen
deze ook in handen van leken.
Men kende verschillende soorten
tienden:
Grove tienden (ook kleine tienden genoemd) werden geheven van
allerhande soorten koren.
Smalle tienden (ook kleine tienden genoemd) werden geheven van
tuinvruchten, hooi, vlas, hennep, etc. Krijtende tienden (ook
bloedtienden genoemd) werden geheven van jongen van dieren als
biggen, ganzen, etc. Novale tienden werden geheven van pas ontgonnen
land.
Tot in het begin van deze eeuw
was veel land tiendplichtig. Vaak inde de "tiendheer"
niet zelf die tienden maar verpachtte hij die. Bij de wet van
16 juli 1907 werden alle tienden opgeheven met ingang van 1 januari
1909. Aan de tiendgerechtigden werd door de staat de gekapitaliseerde
waarde der tienden uitbetaald. In de leenregisters van het Graafschap
Gelre die betrekking hebben op "het goet te Baeck" wordt
dit goed enkele keren de Hof te Baak genoemd. Daaruit hebben sommigen
de conclusie getrokken dat Huize Baak ontstaan zou zijn uit een
afsplitsing van de Hof te Baak. Ik geloof dat niet en wel om de
volgende redenen (JH:
Klinkklare onzin):
1. Bij de oudst bewaard gebleven
beleningen staat "t Goet te Baeck", en niet de Hof te
Baak.
2. Nergens wordt er iets gezegd over een afsplitsing.
3. Leden van het geslacht "van Baeck" (uitgestorven
1476) (dus uitgestorven
vóór het overlijden van Anna van Baeck van Middachten
1625, JH) kom ik tegen in een 200-tal
actes. In geen enkele van die actes is er sprake van een of andere
band met de Hof te Baak.
4. In 1344 leende hertog Reinoud van Gelre geld van de steden
Wageningen en Arnhem; hij stelde hierbij de Hof te Baak als onderpand.
Zoiets kan men niet doen met een leengoed. In 1462 leent Arnoud
van Gelre 15.000 Rijnse guldens van Derk, Johan en Gijsbert van
Wisch (= Van Heyden,
JH), waarvoor ze jaarlijks 11 pond zullen
krijgen o.a. uit de Hof te Baak. In 1465 kreeg Evert van Ulft
de hof te Baak in onderpand van Hendrik van Ghemen. Dat zou allemaal
niet kunnen als de Hof te Baak een leengoed geweest was. (JH: Conclusie: het was een allodiaal
goed van de familie van Heyden).
Het recht van
Havezathe
Oorspronkelijk werd de titel havezathe gegeven aan een wat groter
huis met bijbehorende landerijen. Later werd er een versterkt
huis mee aangeduid, omringd met grachten, waaraan bepaalde rechten
verbonden waren. De bewoners van die havezathe konden over het
algemeen slechts van die voorrechten genieten als voldaan werd
aan bepaalde voorwaarden. In de Graafschap moest men tot de Zutphense
Ridderschap behoren; en daarin werd men slechts toegelaten als
men kon aantonen dat de grootouders van vaders- en moederszijde
alle vier van adel waren. Bovendien moest men na omstreeks 1620
tot de Hervormde godsdienst behoren. Een van de voorrechten aan
een havezathe verbonden was, dat de eigenaar mocht deelnemen aan
de zogenaamde kwartiersvergaderingen. Dat waren de vergaderingen
van de Staten van het Kwartier van Zutphen.
(Gelderland was tot aan de Franse tijd verdeeld in drie kwartieren,
elk met een eigen bestuur.) De ridders die op de kwartierdagen
verschenen kregen een "douceurtje" van 200 gulden!"
Tot zover deze
informatie. De kwartierstaat
van Judocus tref je bijgaand aan. Alsmede de
stamboom met zijn nakomelingen. Zijn portret is te bewonderen
in de Van der Heydenzaal
van Kasteel Doornenburg. Deze ideeën indachtig, alsmede
het verhaal over de Hohenzollern ben
ik gistermorgen zo door en langs het plan Tolhuis gelopen. Daar trof ik al enkele
carnavalsgasten aan bij het Triavium.
Waaronder een
bus uit Heino, alwaar mijn baronnale naamgenoot woonachtig is. Aangezien de paarse
japon bij de State Off Art Metal Store nog
steeds in de etalage prijkt heb ik dan ook spoorslags besloten
naar de regio van Judocus terug te keren met de trein van
14.11 uur.
Om ongeveer 14.52
uur kwam ik in Dieren aan teneinde aldaar vast te stellen dat
van het voormalige Paleis
van de familie Van
Oranje nog slechts
een bosschage rest en de oprijlaan.
De treinen van
de Nederlandse
Spoorwegen reden echter wederom exact op tijd.
Zoals het hoort en betamelijk wordt geacht. Ook ligt de Florishaeve klaarblijkelijk nog steeds op ons te wachten in
Ellecom. Vandaar dat ik ook nog een kort
bezoek heb afgelegd aan het aldaar gevestigde conferentiehotel
Avegoor. Het complex lijkt mij geschikt
voor congressen binnen het kader van de uitvoering van onze verdere
beleidslijnen. Directeur van het Landgoed Avegoor is de heer Alfred
de Bruyn.
Na dit zakelijk
intermezzo ben ik wederom in de sauna Wellecom te gast geweest. Er waren al meer
leden van ons illustere familiegeslacht aanwezig. Onder meer uit
Velp en Westervoort.
Het belangrijkste
gespreksthema onder de gasten was deze keer De Liefde. Zo werd ik in een groep uitgenodigd
om mee te praten over het plaatsen van een relatie-advertentie.
Dienaangaande heb ik enige ervaring. Zo heb ik ooit nog eens de
eerste prijs gewonnen van de Telegraaf in het kader van Valentijn in verband met de tekst Wil de echte Dulcinea opstaan? Cervantes. Ik kreeg toen twee kaartjes voor
de bioscoop. Die heb ik haar doen toekomen. Uiteraard nóg
een kaartje voor haar toenmalige echtgenoot. Ik houd mijn ex immers
ook altijd in ere als het even kan. Vervolgens ontstond er een
discussie in de leeszaal en nadien aan de rand van het zwembad
over de vraag wat naar mijn inzichten centraal dient te staan.
Hierbij heb ik geadviseerd op de eerste plaats uit te gaan van
het idee toekomstvisie om vervolgens van breed maatschappelijk
naar persoonlijk te gaan vernauwen. In die volgorde. Ik heb ook
uitgelegd dat ik in september 1997 nog een advertentie heb geplaatst
in het NRC. De enige reactie die ik daarop
heb ontvangen heb ik van de hand gewezen. Er waren weer enige
bekenden in de sauna, zoals het echtpaar uit Doetinchem, dat mij
vorige week een lift heeft gegeven naar het station te Dieren,
alsmede de heer Loek
Gorris, de ecologische
hovenier uit Zutphen. Na een langdurige conversatie
aan de bar kreeg ik gisteren om 23.00 uur wederom een lift aangeboden
door een heer met de naam Raymond, zodat ik met de trein van 23.38
naar de oude keizerstad kon terugkeren. Dan nu het nieuws van vandaag.
Volgens dochter Den Uyl
'Vader Máxima niet welkom
Ik heb het interview
eveneens via de televisie gevolgd. Mevrouw Noorman-den Uyl is
- voor zover ik goed ben geïnformeerd - de meest waarschijnlijke
opvolgster van Ed
d'Hondt als Burgemeester
van Nijmegen. Haar mening terzake beschouw ik derhalve als buitengewoon
zwaarwichtig.
Royal Cervantes Airlines Kapitaalinjectie voor noodlijdend
Sabena. Deze ontwikkeling past geheel en al binnen onze
strategische doelstellingen. Ik herinner mij dat Peter ook nog leuke dia's heeft van ons
bezoek aan Gran
Canaria. Ik zou
hier graag over beschikken om ze eveneens digitaal vast te leggen.
Zélf ben ik nu gevorderd tot 25 juli
1972 (Oostenrijk). Er
is dus nog heel wat werk te verzetten. Liefde is... ...zijn liefdesbrieven koesteren. Voor zover ik mij kan herinneren
heb ik er in mijn leven slechts één geschreven.
Maar
als het nodig mocht blijken ga ik er wel weer een keer mee door. Wie weet. JOOST MISSCHIEN?
Het EERSTE
PAARSE KABINET van het KONINKRIJK
DER NEDERLANDEN.
Voorste rij van links naar rechts Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen JO
RITZEN, Minister
van Buitenlandse zaken HANS
VAN MIERLO, Minister-President
WIM
KOK, Oprichter Instituto
Cervantes JOHN
VAN DER HEYDEN,
Minister van Binnenlandse Zaken en Vice Premier HANS DIJKSTAL, Minister van Justitie WINNIE
SORGDRAGER, Minister
van Financiën GERRIT
ZALM. Achterste
rij van links naar rechts Minister van Volksgezondheid en Sport
ELS
BORST, Minister
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij JOZIAS VAN AARTSEN, Minister van Verkeer en Waterstaat
ANNEMARIE
JORRITSMA, Minister
van Defensie JORIS
VOORHOEVE, Minister
van Economische Zaken HANS
WIJERS, Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid AD MELKERT en Minister van Ontwikkelingswerk
JAN
PRONK.
JOOST
ZAL HET WETEN
Instituto Cervantes is legally registered at the Benelux Trade
Registrar under
deposit numbers 0508277 and 843323 in class 41: education, trainings
and courses and is a tradename of the Foundation
Cervantes BeneLUX
in Nijmegen, registered under number 41211928 of the Chamber of
Commerce of Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House, Cardiff.
Cervantes Holding
is a member of the Baak-kring
Management Centre VNO-NCW.
Photograph ENGELENBURG
CASTLE, KINGDOM
OF THE NETHERLANDS.
Instituto Cervantes está legalmente depositado como marca
comercial en el
registro de marcas del Benelux-Bureau
voor de Intellectuele Eigendom bajo los números de depósito 0508277
y 843323 en clase 41: educación, enseñanza y cursos
y es un nombre comercial de la Fundación Stichting Cervantes
Benelux en Utrecht,
inscrito bajo número 41211928 de la Cámara de Comercios
en Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House Cardiff. Cervantes
Holding es miembro
del Baak-kring
Centro de Gestión
Empresarial del Patronal del Reino de los Países Bajos
VNO-NCW.
Foto arriba CASTILLO ENGELENBURG
EN BRUMMEN.
Instituto Cervantes is als handelsmerk wettig gedeponeerd bij het Benelux
Bureau voor de Intellectuele Eigendom onder depotnummers 0508277 en 843323 in klasse
41: onderwijs, opleidingen en cursussen en is een handelsnaam
van de Stichting
Cervantes Benelux
te Nijmegen, ingeschreven onder nummer 41211928 van de Kamer
van Koophandel te Amsterdam
(IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House, Cardiff.
Cervantes
Holding is lid van
de Baak-kring, Management Centre VNO-NCW.
La Corona de
la Casa
Real Española
sirve de símbolo de unidad de nuestros países y
muestra la Lealtad Histórica
como expresada en el himno nacional de los Países Bajos.
More information
at the website of Amazon.com, Wal-Mart and Trafford
Publishing Canada.
VANAF 16
OKTOBER 2004 HEEFT
DE OPRICHTER VAN DE STICHTING
CERVANTES BENELUX,
EIGENAAR VAN HET HANDELSMERK
INSTITUTO CERVANTES
IN DE BENELUX EN DE LIMITED
COMPANY INSTITUTO CERVANTES ENGLAND AND WALES - OP STRAFFE VAN EEN DWANGSOM -
EENIEDER WAAR OOK TER WERELD - VERBODEN GEBRUIK TE MAKEN VAN DE
BEELTENIS VAN ZIJN OP 31
AUGUSTUS 1997 TIJDENS
EEN ONTVOERINGSPOGING OM
HET LEVEN GEKOMEN PARTNER,
TENZIJ DIT BINNEN HET KADER VAN DE DOOR HEM VERSTREKTE VOLMACHTEN NADRUKKELIJK IS OVEREENGEKOMEN.
THE WORK CONTINUES
© J.L. VAN
DER HEYDEN TORREMOLINOS
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN